Welkom aan de lezers van

Maak gebruik van de unieke kortingscode uit de nieuwsbrief van Tom en boek uw ticket voor het congres met 10 % korting.

 

Beeld je eens in dat je de macht hebt van de ECB. Je kan naar believen geld bijdrukken, en je hebt de macht om al de rest te dwingen dat niet te doen. Wil je een mooie auto kopen, dan druk je dat geld gewoon bij, en je gaat naar de autodealer. Wil je een luxevilla, dan zet je de geldpers in gang, en je koopt je droomhuis. Hetzelfde geldt voor alles wat je wil, en de anderen moeten jouw vers gedrukte biljetten onder dwang aanvaarden. Je zou een macht hebben die vergelijkbaar is met die van Tolkien’s ring. Zou je die macht gebruiken? 

Ja, je zou die macht gebruiken, want de verleiding is onweerstaanbaar. Wie wil er niet “gratis” geld? Wie wil er niet zonder ervoor te hoeven werken op een mooi strand liggen met een piña colada in de hand? U zou geld printen dat het een lieve lust is, en u niets aantrekken van wat anderen daarover zeggen.

Maar stel nu nog dat je die macht “goed” wil gebruiken, en geld bijdrukt om aan de armen te geven. Daar kan toch niemand tegen zijn? Je doet het niet om een permanente stroom van goederen en diensten naar jou, je familie of vrienden te organiseren, maar het lenigen van de nood van zij die er het slechtst voorstaan. Dat is trouwens ook de motivatie die socialisten gebruiken om hun overheidstekorten te legitimeren: “Wij zijn het verplicht aan de zwaksten in de samenleving”. Het inflatiewapen dient dan als een subtiele herverdeling van de welvaart.

Maar is dat wel zo? Creëert inflatie welvaart, of lengt ze gewoon de melk een beetje aan? De vraag stellen is ze beantwoorden: met elke bijgedrukte euro zakt gewoon de waarde van alle reeds bestaande euro’s. Er wordt dus geen waarde gecreëerd, maar waarde “gediluteerd”, verwaterd. De autoverkoper bij wie je zonet je auto hebt gekocht met het versgedrukte geld, zal met die inkomsten bijvoorbeeld een nieuwe jas kopen voor zijn vrouw, waardoor de prijs voor jassen stijgt. En het inkomen van de producent van jassen stijgt op zijn beurt ook, waardoor ook die meer geld gaat uitgeven. Iedereen geeft meer geld uit, maar er zijn niet meer producten. De prijzen stijgen.

Wil je dus je monetair bedrog lang volhouden, dan moet je de verleiding om zonder beperking geld bij te drukken, goed kunnen weerstaan. Je moet opletten niet te overdrijven, en dit om verschillende redenen.

Het is bijvoorbeeld mogelijk dat mensen zich verzetten tegen uw privilege, en je macht beginnen in vraag te stellen. Als ze zien dat jij de enige bent die geld mag bijdrukken, dan zullen ze je vragen op basis van wat jij dat mag, en zij niet. Wat je dus nodig hebt is een goede uitleg, een ideologie. Je moet een verhaal vinden dat zo complex is dat de meesten het al opgeven om de uitleg te beluisteren, en afhaken in de veronderstelling dat je wel weet wat je doet. Je moet de mensen het gevoel geven dat monetair beleid een zaak van specialisten is, en dat ze wel mogen meebeslissen, maar dat ze zich eerst héél goed moeten informeren. Dat schrikt al wat af.

Het probleem is de pientere mensen. Diegenen die blijven vragen stellen, en het systeem willen begrijpen. Zolang het duidelijk is dat de geldpers gewoon in je garage staat, en dat je de bewaking daarvan betaalt met vers gedrukt geld, is je fraude gemakkelijk te lokaliseren. Zelfs al kun je de mooiste ideologie bedenken, het zijn die pientere mensen die je zullen aantonen dat door het bijdrukken van geld niet enkel de prijzen stijgen, maar ook de goederenstroom verandert: niet alle prijzen stijgen immers even snel, en daar waar ze het snelst stijgen, daar wordt het meeste geproduceerd. Diezelfde pientere mensen zullen je erop wijzen dat dat eigenlijk niet is wat de mensen nodig hebben, en dat de oorzaak van dat onevenwicht die geldpers in je garage is.

Je moet dus ook de organisatie van het bijdrukken van geld zelf, complexer maken. Je moet een strategie ontwikkelen die de geldproductie verbergt en die afleidingen creëert. Je zou de nieuwe middelen in verschillende stappen kunnen overmaken naar een gecompliceerd systeem met moeilijk te achterhalen mechanismen. Je zou zelfs valse mechanismen kunnen opzetten die er helemaal niet toe doen, en hen kop van jut maken. Je zou misleiding kunnen organiseren in de media, en verschillende woordvoerders naar voren schuiven die verwarring organiseren.

Maar ook dat zal vaak nog niet genoeg blijken. Pientere mensen volgen namelijk onder welk kopje het balletje zit, en houden vast aan iets waar centrale bankiers niet van houden: causaliteit. Als geld bijgedrukt wordt, dan stijgen de prijzen. Hoe dat gebeurt maakt niet uit, en hoe moeilijk het systeem ook is, die essentie blijft hetzelfde. Wat je dus als heersende elite moet doen is ervoor te zorgen dat die pientere mensen – die normaal de massa kunnen informeren – door die massa niet meer geloofd worden. Wat je moet doen is zelfs op het wetenschappelijke vlak de definities gaan veranderen. Dat noemen we cultureel marxisme, of met een populairder woord: “mind control”.

Bekijken we bijvoorbeeld de definitie van inflatie, dan zien we dat die door centrale bankiers steevast genegeerd wordt: zij zeggen dat inflatie “een algemene stijging van het prijsniveau” is. Maar dat is slechts het gevolg van inflatie. Inflatie is het opblazen van de geldhoeveelheid, en dat veroorzaakt op zijn beurt die prijsstijgingen. Een algemene stijging van het prijsniveau, zonder dat er geld bijgedrukt is, kan trouwens niet: met welke monetaire eenheden zouden die prijzen dan stijgen? Neen, inflatie is het aanlengen van de melk, en zeggen dat de voedingswaarde per centiliter gelijk gebleven is.

Maar dat is dus niet het officiële discours. Officieel heet het dat de centrale bank de rentevoeten inflatie in toom houdt voor het welzijn van de maatschappij. Doordat de vorige ronde vers gedrukt geld immers zijn uitwerking begint verliezen, en de consumptie weer daalt, dreigt er een crisis. De centrale bank moet de economie dus voorzien van “zuurstof”, zodat de economische raderen weer vlot draaien. Nieuw geld wordt dus “in de markten gepompt” en zie: de productie stijgt weer. De inflatie zakt zelfs eventjes, aangezien een grotere productie tegenover een nog niet doorgesijpeld geldaanbod de prijzen drukt. Alles lijkt peis en vree.

Echter, een paar jaren later (en naarmate het Ponzi-schema vordert steeds sneller) steekt het crisismonster weer de kop op, dit keer met een nog hogere inflatie. De vorige shot drugs is namelijk uitgewerkt. Nu komt het moment waarop je je duurbetaalde economen naar voren moet schuiven, met een uitleg die heel complex is. Laat ze vertellen hoe ze de inflatie gemeten hebben, en dat de korf van producten die daarvoor gebruikt is, eigenlijk methodologische problemen heeft. Dat zij ondertussen een fortuin aan vluchten, auto’s en feesten kosten, neem je erbij. Je drukt het geld toch zelf, niewaar? Het belangrijkste is dat theorieën gepubliceerd worden, en dat die publicaties grote autoriteit uitstralen.

Wanneer de crisis hardnekkig wordt, en blijft terugkeren, dan zeg je dat het monetaire systeem gaat om precaire evenwichten, die met zorg moeten begeleid worden. Het beëindigen van het huidige beleid zou namelijk desastreuze gevolgen voor de economie en het spaargeld van de mensen hebben. De kracht van dit argument is dat het zelfs waar is, en de mensen je dus nog meer zullen geloven. Laat die pientere mensen maar protesteren: de goegemeente luistert al lang niet meer. Je hebt je doel bereikt als de slachtoffers van je systeem effectief beginnen te denken dat je hen een dienst bewijst door geld te produceren.

Nu moet je wel opletten dat je productiestructuur van de economie niet teveel verstoort door je geldproductie. Je wil niet teveel chaos. Je wil nog altijd een Ferrari kunnen kopen, en genieten van een rustige wereld. Als mensen stoppen met sparen ten gevolge van de hoge inflatie, dan zal er geen geld meer zijn om te investeren, en zal ook de autoproductie stoppen. Als de onzekerheid in je systeem dus te hoog wordt, zal je vele voordelen moeten opgeven. Je moet je slavenplantage dus goed beheren, en zorgen dat de basisbehoeften – laat ons zeggen brood en spelen – bevredigd zijn. Je wil zeker geen hyperinflatie noch een ineenstorting van het monetaire systeem. Dan is het spel uit.

Maar stel nu dat die pientere mensen zo danig verknocht zijn aan zoiets belachelijk als de waarheid, en doorheen al je propaganda, je brood en spelen en je “wetenschappelijke” studies heen kijken, dan loop je toch gevaar op een dag ontmaskerd te worden. Het volstaat dat één van hen welbespraakt is (noem hem een “populist”) en het bedrog bloot kan leggen, en je bent gezien. Steun daarom met een fractie van je vers gedrukt geld wat politici die vinden dat die vrije meningsuiting ook hen stoort, en roep enkele minderheidsgroepen in het verweer die zo’n wet tegen het “beledigend” karakter van een mening willen steunen.

Die minderheidsgroep interesseert je natuurlijk niet: waar het je om gaat is het principe te breken dat de vrijheid van meningsuiting absoluut is. Mochten er op een gegeven moment revoltes ontstaan en mocht je die, om die van zijn analyse te ontnemen, het zwijgen moeten opleggen, dan kun je altijd verwijzen naar de belediging tegen die minderheidsgroepen. Trek een ernstig gezicht en zeg: “Dat soort vrije meningsuiting laten we toch ook niet toe?”. Stel de burger voor een patstelling: willen we de vrije meningsuiting behouden, dan moeten we die “aanpassen” aan wat de gemeenschap nodig heeft. En dan sluit je kritiek op het regime mee uit. Werkt altijd.

Maar de kunst is natuurlijk het nooit zover te laten komen. Pientere mensen zijn altijd op zoek naar sporen, naar observaties die ze causaal kunnen linken met hun hypothese over hoe je systeem werkelijk in elkaar zit.  Van het grootste belang is dus ook alle sporen van je inflatoire bezigheden te verbergen. Dit kan gedaan worden door het financieel systeem – dat eigenlijk in essentie slechts gaat over sparen en lenen – ongelofelijk moeilijk te maken. Geef privileges aan sommige grote bedrijven in de financiële sector, en maak hen tot je eeuwige bondgenoot door hen een franchise te geven op je geldproductie.

Een franchise op uw geld productie? Hoe gaat dat concreet in zijn werk? Die bedrijven uit de financiële sector – we zouden ze banken kunnen noemen – mogen natuurlijk geen geld produceren. Dat mag enkel jij! Geef dat privilege nooit uit handen, maar laat zij die ernaar hunkeren ervan meegenieten in ruil voor hun bescherming en steun. Geef hen de toestemming om voor elke euro die zij bij jou in reserve houden, er zelf eentje te mogen bijdrukken. Jij geniet van de rente op deze reserves, en zij zijn blij dat ze ook mogen meedoen.

Een simpel voorbeeld zal u beter doen begrijpen hoe u te werk moet gaan. Stel: u heeft 100 000 euro gedrukt, en u kocht daarmee die Ferrari waar u al zo lang van droomde. De Ferrari-dealer neemt dat bedrag in ontvangst, en stort dat op zijn bankrekening. Volgens traditionele legale principes mag dat geld niet opnieuw uitgeleend worden, tenminste niet als het een deposito-contract betreft. Maar daar trek je je dus niets van aan: je zegt tegen die bank dat zij dat geld wél opnieuw mogen uitlenen, zolang ze maar tien procent van dat bedrag bij u als reserve aanhouden. Op deze manier mag de bank ook geld creëren, bovenop het basisgeld dat je zelf al gecreëerd had. Die eerste 100 000 euro was sowieso al vers gedrukt geld, maar nu komt daar nog eens 90 000 euro bij.

Helemaal leuk wordt het wanneer je bedenkt dat die nieuwe 90 000 euro eigenlijk ook uiteindelijk op iemands bankrekening belandt, en die 10 %-regel daar ook zal gelden. Hupla, 9 000 euro vloeit richting jouw kas, en 81 000 euro kan opnieuw uitgeleend worden. En zo gaat het deponeren van geleend geld en het uitlenen van gedeponeerd geld maar verder tot het wiskundig niet meer verder kan: 72 000 euro, 64 800 euro, 58 320 euro, en ga zo maar door. Bij een reserve van 10 % is aan het einde van die ketting 900 000 euro bijgedrukt. Kun je al wat medestanders mee tevreden stellen, niet?

Mocht je toelaten dat de banken die op je systeem aangesloten zijn geen 10 %, maar slechts 1 % moeten aanhouden, dan zou voor elke euro die jij drukt, door die banken nog eens 100 euro bijgedrukt zijn. Zoals eerder vermeld moet je echter zuinig omspringen met dat mechaniekje, omdat een te grote geldinjectie de productiestructuur verstoort, en je revoltes kunt krijgen die je met propaganda niet meer kunt bedwingen. Wil je weten hoe groot de extra geldtoename is, deel dan het cijfer honderd gedeeld door de reserveratio. Maar pas op! Je wil geen opstanden!

***

Deze beschrijving kan zeer cynisch overkomen, maar ze is de essentie van ons monetair systeem. De zeer winstgevende business van geldcreatie werd enkel mogelijk door een privilege van de regering, en in ons gedachte-experiment was jij dat. Je gaf aan één bank het monopolie op het bijdrukken van geld, en je liet als wederdienst een stuk van dat vers gedrukte geld naar jezelf terugvloeien in de vorm van leningen. Je liet bovendien het hele banksysteem daarbij aansluiten, zodat die konden meegenieten van het monopolie, en zodat je nog meer inkomsten zou verkrijgen.

Theoretisch kunnen we dus stellen dat de banken een deel van de overheid geworden zijn. Het lijkt een vrije markt, maar dat is het niet. Als we alle afleidende manoeuvres en gecompliceerdheden achterwege laten, dan zijn de eigenaar van de drukpers (de centrale bank), diegene die het bijdrukken toestaat (de regering) en de aangesloten dealers (de banken) één instituut. Ondanks alle propaganda, “wetenschappelijke” studies, en cultureel marxisme is en blijft dit de werkelijkheid.

De connecties tussen centrale bankiers, bankiers en politici zijn niet oppervlakkig. Ze vormen een elitegroep die nauw samenwerkt. Bankiers en politici uiten zelden kritiek op elkaar. Ze gaan regelmatig samen dineren. Ze hebben er wederzijds belang bij elkaars bedrog in stand te houden. De ene haalt legitimiteit uit de andere, en de andere uit de ene. Er is geen basis voor hun macht in de werkelijkheid. Alles is gebaseerd op een leugen. Alles is toneel, en ieder speelt zijn eigen rol.

De overheid speelt de rol van de goede huisvader, die zorgt dat de economie goed draait, en daarom economisch beleid voert. De centrale bank speelt de rol van de gewichtige specialist, die zorgt dat exact de juiste geldhoeveelheid geproduceerd wordt om het beleid van de overheid te ondersteunen. En de commerciële banken? Die doen alsof hun neus bloedt, en zij “ook maar meedraaien” in het systeem.

De werkelijkheid is echter anders. De regering privilegieert de centrale bank met het monopolie op de gelduitgifte. De centrale bank (niet meer dus dan een private bank met een monopolie) geeft in ruil een stuk van de opbrengst van de valsemunterij (seignorage) plus de intresten op wat ze met dat geld gedaan hebben terug. De commerciële banken doen hetzelfde, maar op hun niveau: hetzelfde geld tientallen keren uitgeven, en de seignorage plus de intresten die daarbij horen doorsluizen naar de centrale bank.

Dit systeem wordt verborgen door allerlei afleidingsmanoeuvres en complexiteiten in te bouwen. Zo worden er subdebatten gevoerd over of de ECB al dan niet rechtstreeks obligaties van de overheid zou mogen aankopen, terwijl ze dat al van bij haar ontstaan onrechtstreeks via het commercieel banksysteem doet. Of er wordt verwarring gezaaid rond wie wat betaalt: de regering betaalt intrest op de obligaties die zij uitgeeft, die de winsten van de centrale bank verhogen. Deze winst wordt dan teruggestort van de centrale bank naar de regering. Dit is een verschuiving van de broekzak naar de vestzak, maar het geld blijft binnen de elitaire kring.

Ook de taal speelt een rol in de misleiding. Er wordt van “exces reserves” gesproken, waarmee men eigenlijk het onderpand van de commerciële banken bij de centrale bank bedoelt. Dat zijn echter geen reserves in de echte betekenis van het woord, maar schulden. De overheid verplicht commerciële banken namelijk om staatsobligaties op te kopen, in ruil voor het gedeeld privilegie geld uit het niets te mogen creëren. En de centrale bank speelt mooi zijn rol wanneer zij, naast gewoon gedeponeerd geld (dat op zich ook al talloze keren opnieuw is uitgeleend) ook staatsobligaties, eerst aangekocht door de commerciële bank, als onderpand aanvaardt in ruil voor vers gedrukt geld.

In de bankwereld vliegen de euro’s dan ook om je oren en het is heel moeilijk om die geldstromen in kaart te brengen. Laat staan dat de burger, die werkt (hoofdzakelijk om de belastingen te betalen die dit systeem in werking houden) tijd zou hebben om dat allemaal uit te zoeken. Maar het bedrog is in essentie simpel. Hoewel de verbanden ingewikkeld zijn, gaat de vergelijking met een individu dat een drukpers in zijn garage staan heeft volledig op. Het is valsemunterij op grote schaal.

De politieke elites bedienen zich van de staat om hun exploitatie verder te zetten. Ze laten de bevolking stemmen, maar luisteren er niet naar. De problemen blijken altijd iets complexer te zijn dan men eerst gedacht had, en de overheid heeft altijd iets meer macht nodig om het probleem dat zich vandaag stelt op te lossen. Dat het probleem van vandaag veroorzaakt werd door hun eigen toedoen gisteren, wordt er niet bij verteld.

Laat er ons een moment bij stilstaan hoe groot de macht van de ECB wel is. Zelfs al denken we dat in het “moderne” Europa de burger vrij is, wordt zijn leven wel elke dag bepaald door dit instituut. Het is niet fysiek gewelddadig zoals het bestuur in de Sovjet-Unie dat was, maar gebruikt dezelfde methoden van machtsconcentratie. En wat niet is kan nog komen. Het is in ieder geval een macht die in een vrije samenleving nooit opgebouwd zou kunnen worden.

Brecht Arnaert,
vrij naar Hoofdstuk 7 uit “De tragedie van de euro”

  • Pingback: Handleiding voor monetair bedrog | BeurZ Nieuws

  • Willem

    Heel goed, de oplossing: terug naar de goud en zilverstandaard; maar wie durft en welke partij denkt daaraan……

    • LvM

      Liever niet terug naar een goud en/of zilverstandaard. Een “standaard” impliceert dat het opgelegd en per extensie gecontroleerd wordt door overheid. Ook dan gaat de conjunctuurcyclus gewoon door, getuigende de recessies/depressies ook onder een goud/zilverstandaard, nadat de overheid weer eens goudcertificaten had liggen printen, of de wisselkoers tussen goud en zilver vast had liggen zetten. 
      Willem, u zit zeker op het goede spoor, want een goud/zilverstandaard zou zeker de schade van de blunders van overheid inperken, maar dé oplossing is een 100% vrije geldmarkt. Laat alles aan de markt over: wat als geld wordt gebruikt, wat de wisselkoers en wat de rente is; alles.

  • Pingback: MeerVrijheid Blog » Blog Archive » Iemand een handleiding voor monetair bedrog nodig?

  • Flap Friesland

    Ik doe niet mee aan dit systeem. Ieder dubbeltje dat ik aan het eind van de maand overhou beleg ik in goud en zilver. En daar kunnen die jongens niets mee.

  • Pingback: MeerVrijheid Blog » Blog Archive » Goldman Sachs een parasiet?

  • http://www.facebook.com/douwebeerda Douwe Beerda

    Interessant artikel. Op 
    http://www.occupyamsterdam.nl/2012/02/18/2000-jaar-strijd-om-het-geldsysteem/ is een artikel te vinden wat lezers hier vast ook interessant vinden. Dit gaat vooral in op hoe de private bankenwereld deze drukpers in handen heeft gekregen. In Engeland gebeurde dit in 1694 met dank aan Willem van Oranje. De rest van Europa volgde. In de VS was dit de laatste keer in 1913. 

    Er zijn daar overigens meer interessante achtergrond artikelen te vinden.